U bent hier

probleemomschrijving

Algemeen:

Rwanda focust op energiebeleid en vooral de electriciteitsvoorziening: tegen 2020 zou tot 70% van de bevolking moeten kunnen aangesloten worden op het net. Nu is dat slechts 20%. De bevoorrading is onzeker en de kostprijs hoog. Een algemene toegang tot bronnen van energie zoals petroleum, gas en elektriciteit, of inzet op het gebruik van  hernieuwbare energie op grote schaal, zal nog jaren duren. De armere bevolking blijft ondertussen voor het koken aangewezen op gebruik van de beschikbare biomassa: brandhout, houtskool en landbouwafval. De massieve ontbossing door houtkap in de vorige decennia is voor het milieu zeer nefast geweest: erosies en grondverschuiving enerzijds, overstroming en verzanding in de valleien anderzijds. Het gevolg is een progressief toenemende onvruchtbaarheid en progressief afnemende beschikbare grond.    De recente inspanningen in bosbeheer slagen er niet de balans tussen productie en verbruik van deze 'hout'energie in evenwicht te houden: 

  • het tekort aan beschikbare grond voor programmas van herbebossing komt in conflict met de landbouw of veeteelt of huisvesting
  • de snelle toename van de bevolkingsdichtheid doet de vraag én de prijs van brandhout of derivaten steeds toenemen.
  • het gebruik van de beschikbare houtenergie door de consument is inefficiënt door de nog wijd verspreide traditionele manier van koken.

Concreet: Op het platteland kookt men meestal traditioneel met sprokkelhout tussen 3 stenen. Maar in dit overbevolkte land is zelfs sprokkelhout een schaars en kostbaar goed geworden. Vrouwen en kinderen moeten er dagelijks steeds verder van huis op zoek naar. De wet verbied om zelf hout te kappen of bomen te vellen, ook op eigen grond. Als sprokkelen of vellen niet mogelijk is moet het stookhout of houtskool aangekocht worden wat de meeste arme gezinnen zich niet kunnen veroorloven. Ze kopen dan meestal houtskool per heel kleine hoeveelheid die ze dikwijls nog inefficiënt midden een hoopje steentjes aansteken. 

In de stad: alleen welstellende vrouwen kunnen koken op een fornuis met gas of elektriciteit en ook zij verkiezen dikwijls om met hout of houtskool te koken. Zij beschikken dan meestal wel over een degelijke houtstoof. De overgrote meerderheid van de gezinnen echter, gebruiken enkel metalen houtskool-brandertjes. Deze zijn zeer inefficiënt door het vele warmteverlies. Houtskool kost ook duurder dan hout, maar cité-bewoners hebben geen ruimte om hout op te slaan. 

Quasi alle Rwandese vrouwen voelen zich dan ook heel sterk betrokken bij het probleem rond koken, en dit niet zozeer uit theoretische ecologische overwegingen maar uit noodzaak: voor de armste is het immers een dagelijkse bekommernis om te overleven, voor de betere een bekommernis om hun schaars inkomen letterlijk niet in rook te zien opgaan.

Afbeeldingen: 
koken met houtskool tussen steentjes

al onze programma's in beeld: klik voor het volledig album